Een DN100-klep met een oppervlaktetemperatuur van 180 °C straalt ongeveer 1,2 kW weg. Bij 8.000 bedrijfsuren en een warmtekost van € 0,06/kWh is dat zo’n € 580 per jaar. Per klep. En zelden staat er één.
Waarom een klep anders is dan een leiding
Leidingen worden vrijwel altijd geïsoleerd. Kleppen niet, en daar is een reden voor: je moet erbij kunnen. Vaste isolatie moet je stukslaan bij elke inspectie of revisie, dus blijft ze er vaak gewoon af.
Het gevolg is dat het onbeschermde oppervlak groter is dan mensen denken. Een klep heeft een klepkast, een bonnet, twee flenzen en een spindel, allemaal warm en allemaal in contact met de omgevingslucht. In een goed geïsoleerd stoomnet kunnen de kleppen daardoor het grootste resterende verlies vormen.
Wat het kost per jaar
Onderstaande tabel geeft de geschatte jaarlijkse energiekost van één ongeïsoleerde klep. Uitgangspunt: 20 °C omgevingstemperatuur, 8.000 bedrijfsuren per jaar en een warmtekost van € 0,06/kWh.
Jaarlijkse energiekost per ongeïsoleerde klep, in euro.

Let op de sprong met de temperatuur. Tussen 100 °C en 200 °C verdrievoudigt de kost bijna, terwijl het temperatuurverschil met de omgeving maar iets meer dan verdubbelt. Dat komt door de warmtestraling, die met de vierde macht van de absolute temperatuur toeneemt. Hoe heter de klep, hoe sneller de isolatie zich terugbetaalt.
Reken het uit voor je eigen installatie
Vul je diameter, temperatuur, bedrijfsuren en warmtekost in, en zie meteen de besparing en de terugverdientijd.Here goes your text … Select any part of your text to access the formatting toolbar.

Waarom een verwijderbare mantel
Een verwijderbare isolatiemantel lost precies het probleem op waarom kleppen onbeschermd blijven. Hij gaat met klemmen of riemen rond de klep en is in enkele minuten los.
- Blijft demonteerbaar voor inspectie, onderhoud en revisie
- Je moet geen isolatie stukslaan en achteraf opnieuw laten aanbrengen
- Herbruikbaar nadat de klep terug is geplaatst
- Het onderliggende oppervlak blijft zichtbaar, wat corrosie onder isolatie makkelijker vroeg opspoort
- Verlaagt de oppervlaktetemperatuur, wat ook het aanrakingsrisico voor je mensen beperkt
Waar de grootste winst zit
Niet elke klep is even interessant. Deze vier factoren bepalen waar je begint:
- Oppervlaktetemperatuur. Boven 150 °C loopt het verlies snel op.
- Bedrijfsuren. Een klep in continubedrijf verliest vier keer zoveel als een klep die in een tweeploegenstelsel draait.
- Diameter. Vanaf DN100 wordt het bedrag per klep substantieel.
- Aantal. Twintig DN100-kleppen op 180 °C staan voor ruim € 11.000 per jaar.
Van warmteverlies naar terugverdientijd
De rekensom is eenvoudig. Neem de jaarlijkse kost uit de tabel, vermenigvuldig met het aantal kleppen, en reken met de reductie die de mantel haalt. Deel de investering door de jaarlijkse besparing en je hebt de eenvoudige terugverdientijd.
Bij hoge temperaturen en lange bedrijfsuren komt die terugverdientijd vaak onder één jaar. Dat is een investering die zichzelf binnen één boekjaar terugbetaalt en daarna blijft opleveren, wat het gesprek met de financiële verantwoordelijke aanzienlijk vereenvoudigt.
Veelgestelde vragen
-
Hoe meet ik de oppervlaktetemperatuur?
Met een infraroodthermometer of een contactthermometer op de klepkast, niet op de flens of de spindel. Meet op een plek die representatief is voor het grootste deel van het oppervlak. Bij een ongeïsoleerde klep ligt de oppervlaktetemperatuur doorgaans dicht bij de mediumtemperatuur.
-
Hoeveel warmteverlies neemt een mantel weg?
Dat hangt af van de manteldikte, het isolatiemateriaal en vooral van de afwerking rond spindel en flenzen. Voor een eerste inschatting wordt vaak met 90 % gerekend. De werkelijke waarde volgt uit de manteluitvoering die je kiest.
-
Kan een mantel op elke klep?
Op vrijwel elke klep, maar hij wordt wel per klep op maat gemaakt. Daarom hebben we het kleptype, de DN, de drukklasse en een foto of opmeting nodig, met de aansluitingen erbij. Ook de omgeving telt mee: buiten of in een natte ruimte vraagt een andere buitenlaag.
-
Wat met corrosie onder isolatie?
Dat is een reëel aandachtspunt bij vaste isolatie in het temperatuurbereik rond 60 tot 120 °C, waar vocht kan condenseren. Een verwijderbare mantel is hier in het voordeel: je kunt hem openen en het oppervlak inspecteren zonder iets te vernielen.
Laat het opmeten
Onze technici meten de oppervlaktetemperaturen op, brengen de ongeïsoleerde kleppen in kaart en stellen een prioriteitenlijst op: welke kleppen eerst, en wat de terugverdientijd per stuk wordt.
Plan een meeting met een expert

Aanverwante expertise

Wat kost een stoomlek?
Bij 5 bar(g) verliest een lek van 3 mm ruim 170 ton stoom per jaar. Bereken wat een stoomlek jou kost, en waar je tijdens een rondgang op moet letten.

Isolatiemantels op maat
Warmteverlies stoppen waar isolatie ontbreekt

On-site support
Probleemoplossing op locatie, audits, productadvies en opleidingen.

Recuperatie restwarmte
Optimaal gebruik van warmte-energie door recuperatie.
*Vereenvoudigde warmtebalans voor natuurlijke convectie en warmtestraling bij 20 °C omgevingstemperatuur. De gebruikte klepoppervlakken volgen de gepubliceerde ASTM C1129-tabel voor Class 150 als orde van grootte. Werkelijke waarden verschillen per kleptype, drukklasse, geometrie, luchtstroming en manteluitvoering. Bedoeld als commerciële eerste indicatie, niet als gegarandeerde besparing.
Contacteer ons


